Restoration Company

In Engeland leidde de restauratie van het koningschap van de Stuarts (1660) een periode in van grote culturele productiviteit. Zeker in muzikaal opzicht was er sprake van een bloeiperiode. Dat gold niet alleen voor het nieuwe genre van de 'semi-opera' en de incidentele muziek voor theater, maar ook voor een omvangrijk corpus van zeer geraffineerde hofmuziek, alsmede voor de sacrale muziek, waarvan de werken uit deze periode tot de meest sublieme in zijn soort behoren.

De kern van Restoration Company bestaat uit een klein ensemble van tien instrumentalisten - vier strijkers, vier blazers (hobo’s/blokfluiten, fagot), twee continuo (klavecimbel/orgel, luit) - en een kamerkoor (SSAATTBB). De koorleden behoren tot de beste in oude muziek gespecialiseerde koorzangers uit Nederland. Volgens historisch gebruik nemen de zangers vaak ook de solopartijen voor hun rekening waar dat van toepassing is. Zij doen dit op de duidelijke, verfijnde en ontroerende Engelse wijze die nauw aansluit bij het werk. Dit levert een intiem orkestraal geluid op met de transparantie van een enkelvoudige instrumentatie, en de aanwezigheid van een solide, maar open koorgeluid. De grootte en flexibiliteit van het ensemble geven de ruimte voor de variëteit aan klankkleuren de muziek, zonder de verfijnde structuur van het vroegere repertoire te overbelasten. Een zorgvuldige uitbreiding van de groep maakt ook het grotere, latere repertoire mogelijk.

Zeer geliefd bij het publiek, is het Engelse Barok prachtig, ontroerend en vermakelijk repertoire, dat de connoisseur weet uit te dagen en de oningewijde te betoveren.